Goed, erg goed. Moeder had in het begin merkbaar wat moeite met 'de bekentenis', maar ze draaide binnen enkele dagen bij. Was gewoon gevolg van het verrassinseffect. Stiefmoeder en vader vonden het niet erg, alles behalve. Voor hun vielen puzzelstukjes op hun plek, zeg maar. Ze wisten dat er iets met me was, dat ik iets verbergde, en nu wisten ze wat. Ook hebben ze het een keer gedacht omdat ik nooit enige vorm van interesse toonde voor meisjes. Verder hebben ze mij voor mijn coming out wel altijd kenbaar gemaakt dat het niet erg zou zijn.
Bij mijn vrienden verliep het, eh, wat anders. In de 3e klas kwam het aan het eind van het jaar uit, en toen was er geen probleem. Zelfs niet bij Thies, een gigantische etter die voorheen altijd mij uitdaagde met opmerkingen, na mijn coming out gaf hij aan dat dit kwam omdat hij bevestiging zocht voor zijn vermoedens. In de 4e klas stroomde ik af naar het VMBO, een moeilijk milieu om je coming out te doen, dus ik deed dat ook niet. Maar Thies stroomde ook mee af, en onder groepsdruk moest hij stoer tegen mij doen. Toen ik mijn eerste vriend kreeg zat ik vol trots, ik wilde me niet langer verstoppen. Hij vroeg mij -onder het oog van vele medeleerlingen- een keer of ik homo ben -wat hij natuurlijk al wist-, ik zei 'ja'. Uit verbazing vroeg hij het nog een keer en wederom zei ik 'ja'. En toen? Toen zei hij 'respect' -'t blijft VMBO hé

-. Ik kreeg vele steunbetuigingen van de meisjes, en mijn sociale positie was erg versterkt. De jongen vinden het ook allemaal oké. Ik ben van 'die nieuwe waarvan iedereen zegt dat hij homo is' gegaan naar 'die jongen die met iedereen kan opscheten, ohja en hij is ook homo'. Mensen onderschatten wat voor sociaal sterke positie je jezelf kan geven als uitend homoseksueel.